Ons bedrijf werd opgericht in 1998 en is sinds 2002 gevestigd in het hart van Zaltbommel. Met een achtergrond in accountancy herkenden onze oprichters de behoefte aan een betrouwbaar administratiekantoor dat zich specifiek richt op de unieke behoeften van het midden- en kleinbedrijf. VOB is dan ook opgericht met als doel ondernemers te ondersteunen op financieel gebied.
Met een team van ervaren professionals streven wij ernaar om hoogwaardige administratieve diensten en proactief advies te bieden. Wij ontzorgen u door de administratieve last weg te nemen en voorzien u van betrouwbare financiële informatie. Onze kracht ligt in de kwaliteit van onze dienstverlening en klantgerichtheid, waardoor meerdere bedrijven al meer dan 20 jaar gebruikmaken van onze services.
Wij richten ons op kleine en middelgrote ondernemingen in diverse sectoren. Als betrouwbare en deskundige partner bieden wij uitgebreide administratieve ondersteuning, waaronder belastingaangiften, jaarrekeningen, salarisadministratie en fiscaal advies. Onze ervaring en expertise zorgen ervoor dat uw onderneming in goede handen is.
![]()
Deskundig
![]()
Betrouwbaar
![]()
Toegankelijk
![]()
Betrokken
![]()
Proactief
Een bv verkoopt in 2018 een schip met winst en vormt een herinvesteringsreserve. In 2019 scheldt de bank een deel van de schulden kwijt. De bv claimt de kwijtscheldingswinstvrijstelling, maar de rechtbank steekt daar een stokje voor. De herinvesteringsreserve zorgt ervoor dat te veel verrekenbare verliezen resteren.
Een moedermaatschappij staat aan het hoofd van een fiscale eenheid. Via een vennootschap onder firma (vof) bezit zij de helft van een vrachtschip. In 2018 wordt dat schip verkocht met een boekwinst van ruim € 724.000. Die winst doteert zij aan de herinvesteringsreserve. In 2019 wordt de vof ontbonden. De bank verleent finale kwijting voor de resterende schulden. Het kwijtgescholden deel dat de moedermaatschappij aangaat, bedraagt bijna vier ton.
De vervangende investeringen worden niet door de moedermaatschappij zelf gedaan, maar door twee dochtervennootschappen binnen de fiscale eenheid, die in 2019 nieuwe schepen aanschaffen. De moedermaatschappij boekt de herinvesteringsreserve af op deze investeringen.
In de aangifte 2019 past de moedermaatschappij de kwijtscheldingswinstvrijstelling toe voor het volledige bedrag van bijna vier ton. Die vrijstelling geldt voor zover de kwijtscheldingswinst de verrekenbare verliezen overstijgt. De gedachte: als er geen verliezen meer zijn om te verrekenen, hoeft de kwijtscheldingswinst niet belast te worden.
Bij een fiscale eenheid gelden speciale regels. De vrijstelling geldt alleen voor zover de bv er ook recht op zou hebben gehad als zij zelfstandig was gebleven. De moedermaatschappij betoogt dat zij dan geen herinvesteringsreserve had kunnen vormen. De vervangende investeringen deden immers de dochters, niet zijzelf. Zonder die reserve zou haar winst in 2018 ruim € 830.000 zijn geweest en zouden alle eerdere verliezen zijn verrekend. In dat geval resteert geen verlies en is de vrijstelling volledig van toepassing.
De rechtbank volgt dit betoog niet. Bij de zelfstandige winstberekening moet de herinvesteringsreserve worden meegenomen bij de vennootschap die de boekwinst behaald heeft. Dat is nu eenmaal de moedermaatschappij. Zonder boekwinst valt niets te doteren, dus de reserve kan niet bij een andere vennootschap worden gevormd. Bovendien bestond een van de dochters in 2018 nog niet. Toerekening aan haar is dus ondenkbaar. Met de herinvesteringsreserve bedraagt de zelfstandige winst 2018 slechts € 107.000, met als gevolg dat ruim € 727.000 resteert aan verrekenbare verliezen. Die verliezen overstijgen de kwijtscheldingswinst. De vrijstelling vervalt.
Het kabinet stelt de invoering van het keuzerecht bedrag ineens opnieuw uit. De beoogde ingangsdatum van 1 juli 2026 wordt verschoven naar 1 januari 2029. De pensioensector staat voor een grote opgave door de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Uitvoerders hebben aangegeven dat de gelijktijdige invoering van zowel de stelseltransitie als het keuzerecht bedrag ineens te zwaar drukt op hun capaciteit.
Een man werkt als belastingadviseur en participeert daarnaast in de agrarische maatschap van zijn ouders. In 2015 koopt hij de ouderlijke woning voor € 315.000. Hij leent het volledige bedrag van zijn ouders. De afspraken: 9% rente per jaar, een looptijd van tien jaar, geen aflossing en geen hypotheek. De man activeert de woning op zijn ondernemingsbalans en trekt de rente af als bedrijfskosten. Na de aankoop blijft iedereen gewoon in de woning wonen: de man zelf, zijn ouders en zijn twee zussen.
De man betoogt dat een bank hem nooit zou hebben gefinancierd. Geen hypotheek, geen eigen geld, een bedrijfswoning in agrarisch gebied. Volgens hem was crowdfunding het enige alternatief en daar gelden rentepercentages tot 8%. Met een kleine opslag kom je dan op 9%. Het hof gaat hier niet in mee. De ouders hadden weliswaar geen hypotheek bedongen, maar zij hadden wel degelijk zekerheden. In de maatschapsakte is geregeld dat de man de woning niet zonder toestemming van zijn ouders mocht verkopen of bezwaren. Bovendien hadden de ouders een terugkooprecht bedongen. En dan was er nog de familiaire verhouding. Het is onwaarschijnlijk dat de man de ouderlijke woning zonder overleg zou vervreemden. De ouders liepen daardoor veel minder risico dan een willekeurige derde. Een rente van 4,5% is passend.
In 2018 brengt de man zijn aandeel in de maatschap in een bv in. De woning houdt hij buiten de inbreng en brengt hij over naar privé. Hij claimt daarbij een fors boekverlies. De woning staat op de balans voor bijna € 370.000, maar volgens een taxateur is de waarde gedaald naar € 275.000. Bovendien past de man een korting toe van 35% wegens zelfbewoning. Onder de streep: een verlies van ruim € 190.000. De taxaties van de waarde van de woning lopen uiteen: € 275.000, € 300.000 en € 392.000. De inspecteur houdt de waarde van € 392.000 aan. Na correctie slaat het verlies om in winst. Het hof vindt geen van de taxaties overtuigend en stelt de waarde in goede justitie vast op € 350.000. Met de korting van 35% wegens zelfbewoning resteert nog steeds een boekverlies, maar veel kleiner: € 32.017 in plaats van € 190.000.
De inspecteur had ook een vergrijpboete opgelegd. De man zou opzettelijk een onjuiste aangifte hebben gedaan. Het hof verwerpt dit. De inspecteur baseerde zijn redenering op de aanname dat zelfbewoning zowel bij aankoop als bij onttrekking de waarde drukt. Die aanname is onjuist. Bij aankoop geldt dat niet. Daarmee valt de grondslag voor de boete weg.
klik hier om oudere berichten in te zien